Bovenbouw

TalentenKracht in de bovenbouw

Hoe kun je leerlingen in de bovenbouw interesseren voor wetenschap en technologie? En hoe kun je hen uitdagen om zelf verbanden te gaan leggen?

Een wetenschap- en technologieles geven voor een groep bovenbouwers vergt veel van een leerkracht, zowel organisatorisch als inhoudelijk. Maar dit hoeft je er niet van te weerhouden! Met behulp van de ‘TalentenKracht-bouwstenen’ zoals het stellen van vragen en het toepassen de wetenschappelijke methode, kunnen leerkrachten leerlingen (en zichzelf) houvast geven om wetenschappelijke activiteiten uit te voeren.
Wat werkt dan goed? Werken met concreet materiaal is een goed startpunt; het wekt automatisch de nieuwsgierigheid van leerlingen en ze willen vaak meteen aan de slag. Maar alleen ‘doen’ is niet voldoende, juist het ‘nadenken over’ zorgt voor nieuwe inzichten. Daarom heb je als leerkracht een essentiële rol tijdens deze lessen, een rol die je niet kunt vervangen door een werkblad. Leerlingen die zelf na denken, verbanden leggen en tot nieuwe inzichten komen; daar gaat het om tijdens een wetenschap- en technologieles. Door het stellen van vragen bij de verschillende stappen van de wetenschappelijke methode kun je dat bereiken. Vaak levert dit spontaan nieuwe vragen of interessante opmerkingen op, die je kunt aangrijpen om te verdiepen. Doorvragen is in alle gevallen essentieel. Leerlingen zeggen of vragen namelijk niet zomaar iets; ze hebben al over de kwestie nagedacht of zijn juist in dat aspect geïnteresseerd. De combinatie van het werken met materiaal en het stellen van vragen zorgt voor meer betrokkenheid bij het onderwerp, zowel op sociaal-emotioneel als cognitief niveau.

meisjes met bamboestokjesconstructies

Waar kan je als leerkracht op letten?

  1. Neem nieuwsgierigheid van leerlingen als uitgangspunt
  2. Creëer betrokkenheid; geef de leerlingen een actieve rol
  3. Vraag door: stap af van wat jij wilt weten, volg de redenering van de leerling
  4. Stimuleer alle leerlingen, ook de leerlingen die ‘ik weet het niet’ antwoorden
  5. Laat leerlingen wennen aan de nieuwe manier van werken

Neem nieuwsgierigheid van leerlingen als uitgangspunt

Het recept voor de wetenschap- en technologieles (w&t-les) bestaat niet. Er zijn meerdere manieren om een succesvolle w&t-les te geven. Maar voor alle lessen geldt dat werken vanuit de nieuwsgierigheid van leerlingen voor veel motivatie zorgt. Hoe kun je dit doen? Door het moment dat de verbazing het grootst is aan te grijpen. Dit betekent dat je actief vragen stelt tijdens het opzetten en uitvoeren van een proef. Juist dan kun je door het stellen van vragen verdieping aanbrengen. Stel ‘wat denk jij?’-vragen en vraag door op antwoorden, opmerkingen of vragen van leerlingen. Hiermee geef je ruimte aan het denkproces van de leerlingen. Neem zelf een onderzoekende houding aan en ga samen op onderzoek uit. Zo laat je aan leerlingen zien dat jij ook niet alles weet, maar dat je dat wel samen uit kunt zoeken!

Creëer betrokkenheid; geef de leerlingen een actieve rol

Leerlingen onthouden beter als ze zelf een actieve rol in het leerproces hebben. Een actieve rol voor leerlingen kan ontstaan door leerlingen zelf te laten (mee)denken en (mee)doen. De wetenschappelijke methode kan als leidraad gebruikt worden. Bovenbouwleerlingen krijgen al snel inzicht in de stappen die ze moeten doorlopen om een onderzoek uit te voeren. Het geeft houvast in handelen en denken. Op deze manier zet je ze aan tot nadenken en verwerven ze zelf nieuwe inzichten. Wanneer een leerling zelf of in groepsverband iets ontdekt, onthoudt hij dit veel beter dan wanneer iemand hem iets vertelt. Als leerkracht moet je er daarom tijdens de les voor waken dat je de leerlingen niet passief maakt door ‘even snel’ zelf een antwoord te geven op een (door jezelf of leerling) gestelde vraag of ‘even snel’ de activiteit voor de leerlingen uit te voeren. Het scaffoldings-proces is hierbij van belang. In eerste instantie expliciteer je de stappen van de wetenschappelijke methode, maar zodra leerlingen zelf beter inzicht krijgen, bouw je je hulp (op dat gebied) af. Als leerkracht neem je in dit proces de rol van coach aan; ondersteunen door het expliciteren van de stappen van de wetenschappelijke methode, de gedachten van leerlingen volgen, vragen wat leerlingen denken en waarom ze dat denken.

Vraag door: stap af van wat jij wilt weten, volg de redenering van de leerling

Als leerkracht ben je vaak geneigd op zoek te gaan naar het ‘juiste’ antwoord. Wanneer je leerling-gerichte vragen stelt gaat het echter om wat de leerling denkt, waardoor alle gegeven antwoorden goed zijn. Het is dan de kunst af te stappen van de eigen denkrichting, in te gaan op het in jouw ogen ‘verkeerde’ antwoord en daarbij de redenering van de leerling te volgen. Wanneer je naar aanleiding van een ‘verkeerd’ antwoord, een misconceptie, doorvraagt kan vervolgens zelfs naar voren komen dat de achterliggende redenering van de leerling wel klopt. Waarom-vragen zijn hierbij van belang. Leerlingen worden zo aangezet tot het formuleren van verklaringen. Het effect van goede vragen stellen komt pas tot zijn recht als er ook goed geluisterd wordt naar wat leerlingen eigenlijk (willen) vertellen. Het stellen van doorvragen zal er voor zorgen dat leerlingen merken dat er echt geluisterd wordt. Leerlingen voelen zich dan gewaardeerd, krijgen meer zelfvertrouwen en meer leerlingen zullen iets in willen brengen. Door inzicht te krijgen in het denkproces van leerlingen kun je als leerkracht beter doorvragen om uiteindelijk tot een adequate verklaring of antwoord te komen.

Stimuleer alle leerlingen, ook de leerlingen die ‘ik weet het niet’ antwoorden

Regelmatig zullen leerlingen zeggen ‘ik weet het niet’. Sommige leerlingen durven niet te zeggen wat ze denken, omdat het antwoord misschien fout is. Voor andere leerlingen is dit een standaardantwoord of leerlingen hebben echt geen idee hoe ze de vraag moeten beantwoorden. Een eerste stap is het benoemen dat het niet erg is dat de leerling het antwoord niet weet. Vervolgens kan je benadrukken dat je daarom wilt weten wat de leerling denkt, ‘hoe denk je dat het komt?’. Weten wordt vaak geassocieerd met kennis, bovenbouwleerlingen zijn gewend dat een vraag (vaak) op basis van feitenkennis beantwoord kan worden. Bij wetenschap- en technologielessen is dit echter niet altijd het geval, juist het redeneren is hierbij de belangrijkste (leer)opbrengst. In alle gevallen is het daarom belangrijk om deze leerlingen ook uit te dagen door een doorvraag te stellen. Wat voor vragen zijn hier voor geschikt? Een verklaringsvraag blijkt bijvoorbeeld vaak lastig te beantwoorden. Een manier om leerlingen op weg te helpen is door een stapje terug te doen in de wetenschappelijke methode. Een vraag die iedere leerling kan beantwoorden is ‘wat heb je gezien’? Vervolgens kan je dat antwoord aangrijpen om samen tot een verklaring te komen.

Laat leerlingen wennen aan de nieuwe manier van werken

Tot slot is het belangrijk dat leerlingen de mogelijkheid krijgen om aan deze vorm van leren te wennen. Tijdens de wetenschap- en technologielessen worden er van de leerkracht andere vaardigheden verwacht, maar voor de leerlingen is dat ook het geval. Leerlingen zijn vaak niet (meer) gewend om te leren door middel van ‘doen’. Bovendien zijn leerlingen in de bovenbouw al zes tot acht jaar gewend dat juf of meester vragen stelt om de aandacht terug te krijgen of dat er een vraag gesteld wordt waar juf of meester het antwoord al op weet. Het structureel aanbieden van wetenschap- en technologie-activiteiten en het oefenen van de daarbij behorende vaardigheden (zoals een onderzoekende houding, redeneren, vragen stellen) is dan ook belangrijk.

Deze kaartjes kun je gebruiken tijdens de les. Op de pagina Materialen/inde klas vind je meer materialen