Samenwerkend leren en redeneren

Marlenny Guevara

Er wordt wel eens gezegd dat samenwerken de beste manier is om te leren. In de interactie met een andere leerling heeft een kind namelijk de gelegenheid zijn of haar gedachten te verwoorden, en ook te luisteren naar de argumenten van andere leerlingen. In de klas wordt daarom vaak gewerkt met taakjes waar twee of meer kinderen tegelijk aan werken, bijvoorbeeld tijdens de wetenschap- en technologieles. In dit onderzoek is bekeken hoe het wetenschappelijk redeneren van vijfjarige kinderen zich ontwikkelt tijdens een serie taken waarbij twee kinderen kunnen samenwerken. Deze taken gingen over ‘luchtdruk’ en ‘hellend vlak’. De kinderen moesten hierbij steeds een probleem oplossen (bijvoorbeeld “hoe kan ik deze knikker zo laten rollen dat hij in dit bakje terecht komt” of “hoe kan ik de luchtspuitjes zo aan elkaar verbinden dat deze wijzer tot dit punt komt?”). Tijdens de taak werden ook vragen gesteld over de werking van de taak. De handelingen van de kinderen en hun verklaringen werden gecodeerd naar complexiteit.

meisje bezig met kleine plastic onderdelen

Wat komt uit het onderzoek naar voren?

  1. Verbaal redeneren is moeilijker dan handelend redeneren
  2. Kinderen hebben elk hun eigen ontwikkelingstraject
  3. Jonge kinderen werken meer naast elkaar dan met elkaar

Verbaal redeneren is moeilijker dan handelend redeneren

Over het algemeen verkregen de kinderen steeds meer kennis naarmate de taken vorderden. Het bleek echter dat de meeste kinderen de taken beter op non-verbale wijze konden oplossen dan dat ze deze konden uitleggen met behulp van verklaringen. Door middel van hun handelingen konden de kinderen de elementen van de taak gedeeltelijk of volledig in hun verband brengen. Echter wanneer ze dit probeerden te verwoorden beperkten ze zich veelal tot het benoemen van de eigenschappen van het materiaal en het verband tussen slechts enkele elementen. Dit verschil was constant over alle sessies.

Niet alle kinderen volgen hetzelfde traject

In de individuele trajecten van de kinderen waren grote verschillen per kind. Hoewel de meeste kinderen dus beter waren in handelend redeneren, gold dit niet voor alle kinderen. Ook waren sommige kinderen veel meer wisselend in hun prestaties dan anderen. Er bestond meestal geen algehele vermindering of toename in de loop van de tijd, maar er waren voortdurende schommelingen. Wanneer de ontwikkeling van kinderen wordt beschreven is het dus belangrijk dat er niet alleen naar gemiddelden wordt gekeken, maar dat er ook wordt gelet op het individuele kind.

Jonge kinderen werken meer naast elkaar dan met elkaar

Bij de taken kregen de kinderen steeds de opdracht om met elkaar samen te werken. In de praktijk lieten de kinderen vooral parallel werk en passief gedrag zien, maar nauwelijks samenwerking. Ze werken dus meer naast elkaar en nauwelijks echt samen. Tijdens deze interacties lieten ze ook de meeste verklaringen en voorspellingen zien. Het was dus niet zo dat samenwerken ‘beter’ was voor het denken. Hoewel eerdere studies suggereren dat samenwerken het beste scenario voor het leren is, toont dit onderzoek aan dit nog niet het geval is op de leeftijd van 5 jaar. De bevindingen laten zien dat er een spontane en redelijke stabiele “onafhankelijke” probleemoplossende stijl aanwezig is, en een beperkte interesse in het delen van opvattingen en samen kennis opbouwen.

Voor het proefschrift: http://www.rug.nl/research/portal/publications/peer-interaction-and-scientific-reasoning-processes-in-preschoolers(04542f56-ccb9-494e-9c58-3f776d48ada7).html

Voor meer informatie: info@talentenkrachtgroningen.nl